
Gevelstenen werden in Amsterdam gangbaar vanaf de tijd dat er steeds minder houten huizen in de stad gebouwd mochten worden, vanwege de grote stadsbranden die de stad hadden geteisterd, zoals de grote brand van 1452. Huizen van steen werden de norm, houten uithangborden verboden.
Een gevelsteen diende niet alleen ter identificatie van een gebouw, maar kon ook de bekendheid van de bewoner vergroten, een soort reclame dus: vaak werden er beroepen of een associatie met de naam van de bewoner op afgebeeld. Bijvoorbeeld een botervat bij iemand die kuiper was.
Toen in de Franse Tijd in Nederland de huisnummering werd ingevoerd, verloren gevelstenen hun functie als herkenningsteken. Op steeds meer plekken kwamen straatnaamborden en huisnummers om gebouwen aan te duiden. Maar toen Napoleon huisnummering invoerde, betekende dit ook de teloorgang van de gevelsteen.
Daarbij kwamen de veranderingen die in de stad plaatsvonden. In die tijd werden veel huizen en oude verdedigingswerken van de stad afgebroken om plaats te maken voor groen, bredere straten en nieuwe woningen.
Gevelstenen werden vernield of kwamen op de meest uiteenlopende plekken terecht.
Gelukkig is men zich sinds 40 jaar weer zeer bewust van het belang en het bijzondere karakter van de gevelsteen. De Vereniging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen, opgericht in 1991 door Jos Otten en Onno Boers, de VVAG, heeft hieraan in belangrijke mate bijgedragen. Door restaureren en onderzoek naar herkomst
Ook worden er tegenwoordig veel nieuwe gevelstenen vervaardigd, meestal in opdracht.
De belangrijkste ontwerpers en uitvoerders van deze stenen zijn Hans 't Mannetje en Tobias Snoep. Naast vele oude gevelstenen vinden we van deze ontwerpers een paar mooie exemplaren in de Haarlemmerbuurt terug.
Heb je zin om mee te lopen? Dat kan op woensdag 27 mei om 14.00 uur of op zaterdag 6 juni om 11.00 uur. Er zijn geen kosten aan verbonden.
Aanmelden kan via kunstcultuur@stadsdorpwesterpark.nl
.jpg)
.png)