Vorige week zat ik op een avond op een terrasje in de Spaarndammerstraat. Het was een lauwe nazomeravond en we hadden besloten dat we nog net een keer buiten zouden kunnen eten. Dat doe ik eigenlijk nooit, in mijn eigen buurt op een terras gaan zitten, en het was fijn. Het wordt al weer vroeger donker en de lichtjes boven de terrasjes gaven een feestelijk sfeertje.

Ik keek uit op het huis waar ik in 1993 kwam wonen, tegenover de OBA. Onvermijdelijk kwamen de herinneringen boven aan hoe de straat er toen uitzag. Er woonden vrijwel alleen witte mensen uit de arbeidersklasse. Het was een levendige straat met een gevarieerd winkelbestand, ik heb ooit vijf bakkers geteld (waaronder een banketbakker), en verder o.a. een winkel in huishoudelijke artikelen en speelgoed, een woninginrichtingszaak, een snoepwinkel, een ijzerhandel, een slijterij en een kaasboer. Er was destijds nog behoorlijk druk verkeer in de straat, maar op een ochtend werd ik wakker van een ongewoon gedruis. Ik keek naar buiten en daar werd onder mijn ogen een complete kinderboerderij ingericht. Met schapen, kippen, pony’s en ik meen ook een groot varken. De straat bleek afgesloten te zijn, en overal werden kraampjes voor de winkels opgetuigd. Maar wat nog het meest verbazingwekkend was: in de middag werd er een harddraverij gehouden. De paarden liepen van de kop van de Spaarndammerdijk tot aan het viaduct. Dat heb ik nog een paar jaar meegemaakt, tot er een noodlottig ongeval plaats vond waarbij een dode viel. Toen werd ermee gestopt.
In de jaren daarna veranderde de buurt. Er kwamen veel meer mensen met een migratie achtergrond wonen, de bakkerijen maakten plaats voor een kebabzaak, een islamitische slagerij en verschillende Marokkaanse en Turkse groentezaken. De slijterij had weinig klandizie meer. Er klonken vreemde talen en ik vond het niet altijd prettig om niet te kunnen verstaan wat er om me heen gezegd werd. Maar het wende, zeker toen bepaalde gezinnen langer in de buurt bleven wonen en je elkaar begon te leren kennen.

Inmiddels is er al weer een jaar of tien, vijftien, een heel andere beweging gaande. Een deel van wat ooit de migranten werden genoemd was op de sociale ladder gestegen en vertrok naar ruimere en luxere woningen elders. Ineens verschenen er weer jonge witte gezinnen in de buurt. En ook het winkelbestand veranderde. Bagels en Beans was de eerste nieuwkomer van een hele reeks horecagelegenheden. Er kwam een wijnwinkel, een Broodzaak, een winkel voor Engelse expats, en steeds meer terrasjes.



Ik houd van de stad, ook omdat ik houd van het gemengd wonen/werken dat vanouds bij de stad hoort. Je gaat je huis uit, loopt de hoek om en haalt je dagelijkse boodschappen. Je komt onderweg mensen tegen die je kent en groet, of maakt een praatje. Er is leven om je heen. Hoe dat leven eruit ziet verandert in de loop van de tijd drastisch. En toch, je kunt er niet de vinger opleggen wanneer dat gebeurt. Er zit een bijna geheimzinnige dynamiek achter. Dat en nog veel meer over de veranderingen Amsterdam sinds 1980, krijgt een heel mooi kader in het onvolprezen boek van Marcel van Engelen De stad. Met interessante verhalen voor ons over de Staatsliedenbuurt en de ontsluiting van de IJ oevers. Kortom, de stad leeft.
Wil je reageren? Dat kan. Je kunt Ineke bereiken op ineke@stadsdorpwesterpark.nl

Alle blogs zijn hier terug te lezen.